Het werd tot voor kort algemeen aangenomen dat de Barbera d’Alba ontstaan was in de heuvels van Monferrato, dat midden in de regio Piemonte ligt. Maar inmiddels zijn er sterke aanwijzingen dat de druif afkomstig is uit de streek rondom Asti, waar deze druif aan het einde van de 18e eeuw wordt beschreven door de Italiaanse botanicus Nuvolone Pergamo.

Kenmerkend voor wijn van deze druif is een hoge natuurlijke zuurgraad, een licht bitter aroma van kersen en aalbessen met een laag tannine-gehalte. Lang werd Barbera als een tweederangs druif beschouwd. Sinds de jaren tachtig van de 20e eeuw is men in toenemende mate kwaliteitswijnen van deze druif gaan maken.